Kinderombudsman: geen toegang tot passend onderwijs door knelpunten leerlingenvervoer

3 september 2019

Gemeenten kijken bij het regelen van het leerlingvervoer niet genoeg naar de belangen van het kind. Maatwerk komt nog te weinig voor en vaak prevaleren financiële aspecten. Dat concludeert de kinderombudsman in een rapport dat vandaag verschijnt. Scholen zijn veel tijd kwijt met het leerlingvervoer. “Het is toch bijzonder dat ik een halve baan nodig heb voor de coördinatie van het leerlingvervoer”, zegt Paul Goossens van Mgr. Hanssenschool in Limburg.

De kinderombudsman heeft aan de hand van binnengekomen klachten en informatie van ombudsmannen uit Rotterdam, Amsterdam en Den Haag een rapportage gemaakt over de knelpunten bij het leerlingvervoer. De organisatie stelde tien uitgangspunten op om gemeenten te helpen het leerlingvervoer te verbeteren.
Het leerlingvervoer is bedoeld voor kinderen die zelf niet naar school kunnen vanwege psychische problemen, dan wel een lichamelijke of verstandelijke handicap. Deze kinderen krijgen van de gemeente een vergoeding, omdat zij vaak meer kilometers moeten maken om op hun school voor speciaal onderwijs te komen.

Knelpunten
Uit het rapport van de kinderombudsman blijkt dat er meerdere knelpunten zijn, zowel bij het toekennen van het vervoer als in de uitvoering ervan. Soms vallen groepen leerlingen zonder handicap buiten de boot, terwijl zij wel tot een speciale school zijn toegelaten. Hoogbegaafde kinderen krijgen niet altijd leerlingvervoer toegewezen ook al moeten zij naar een school die past bij hun behoeften.

Daarnaast is het vervoer niet altijd passend. Zo zitten sommige kinderen die snel overprikkeld zijn met veel andere leerlingen in een taxibusje. Of is er discussie en vindt de gemeente dat het kind naar een school dichterbij kan, omdat daar ook een passend aanbod is. ‘Bij besluiten over kinderen moet hun belang altijd voorop staan’, aldus kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer in het rapport. ‘Bij het toekennen en uitvoeren van leerlingenvervoer gebeurt dit nog te vaak niet. Hierdoor zijn er zelfs kinderen die geen toegang hebben tot voor hen passend onderwijs.’

Kind centraal
In tien uitgangspunten voor verbetering hamert Kalverboer erop het kind centraal te stellen en te kijken naar de specifieke behoeften. Ze wijst erop dat verordeningen altijd ruimte bieden voor maatwerk en dat andere groepen leerlingen in aanmerking komen voor het vervoer dan genoemd in de wet als ze daardoor passend onderwijs krijgen.

Rompslomp
Bij de Mgr. Hanssenschool in Hoensbroek, een cluster-2 basisschool voor slechthorende/dove kinderen of leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis, merken ze ook dat het leerlingvervoer niet altijd passend is. Bijna alle vierhonderd kinderen hebben te maken met leerlingvervoer, omdat deze school in Zuid-en Midden-Limburg de enige optie is voor deze kinderen.

“Formeel gezien is leerlingvervoer een ding tussen ouders en gemeenten”, zegt directeur Goossens. “Maar de school is de olie.” Ze zijn er veel tijd mee kwijt, vanwege alle regels die verschillende gemeenten hebben.

Goossens: “Het begint er mee dat ik al een halve baan nodig heb om het te coördineren. Er moeten veel formulieren worden ingevuld en we willen wel dat de kinderen naar school komen. Dus we helpen ouders bij de aanvraag.” Ook maakt de school zich bij de gemeenten hard voor het vervoer. “Dat gaat soms tot wethouder-niveau aan toe om te laten weten dat de kinderen echt dat vervoer nodig hebben. En elk jaar moeten er opnieuw formulieren worden ingevuld. Vorige week bij de start waren er vijf leerlingen uit Maastricht nog niet op school, omdat de aanvraag nog niet rond was.”

Het levert leerkrachten en orthopedagogen veel werk op. “Leerkrachten moeten zeker in het begin van het jaar veel met ouders communiceren over de ophaal-tijden en als die verlaat zijn moet je dat ouders laten weten.” Orthopedagogen moeten veel administratieve rompslomp invullen voor de noodzakelijkheidsverklaring. “Dat is een bulk werk, maar wat is het nut van een verklaring als het kind al een toelating tot het speciaal onderwijs heeft”, zegt Goossens. “Het is niet dat we ons hier zitten te vervelen. Ik zou die uren van leraren en orthopedagogen liever in het onderwijs steken, maar als we deze acties niet doen komt het kind niet op onze school.”

Klik hier voor het rapport: "Als de weg naar passend onderwijs niet passend is."

Bron: Kinderombudsman

Delen via: