Leerpleinen op het Nuborgh College Oostenlicht

9 juli 2019

Op het Nuborgh College Oostenlicht is het LWOO anders ingericht dan op de meeste scholen. De leerlingen werken niet in lokalen, maar op leerpleinen. Op deze leerpleinen zijn zo’n 60 leerlingen en een kernteam van 4 docenten aanwezig. Het leerplein omvat ook twee instructielokalen. In die instructielokalen krijgen de leerlingen les in de kernvakken. Op het plein kunnen ze verder werken aan hun eigen leerdoelen, alleen of in groepjes, is er mogelijkheid tot coaching, vinden mentorgesprekken plaats en is er verlengde instructie. Er wordt gewerkt met een weekplanner waar de leerdoelen van één week op staan. De leerlingen dragen hiervoor zelf de verantwoordelijkheid, waardoor het werk serieus genomen wordt.

De docenten op het leerplein rouleren. Er geven twee docenten instructie. Die instructie is voor een deel verplicht voor de leerlingen en een deel vrijwillig. Verder zijn er altijd twee docenten op het leerplein aanwezig. Elke docent is daarnaast ook mentor van ongeveer 15 leerlingen. Door het onderwijs op deze manier in te richten is er veel beter zicht op wat er met de leerlingen gebeurt en hoe het met de leerlingen gaat.

In de onderbouw wordt een groep van 60 leerlingen in drie groepen van 20 leerlingen verdeeld. Ook zij volgen in een roulatiesysteem vakken als handvaardigheid, teken en muziek. De leerlingen zien hierdoor steeds dezelfde docenten en kunnen ze al hun vragen aan de eigen docent stellen. Dat geeft veiligheid en rust. De vakdocent geeft les en de eigen docent loopt mee als pedagogisch ondersteuner. Er wordt wel gewerkt volgens een rooster dat samen met de docenten is gemaakt. Op die manier is er altijd bezetting door meerdere docenten en weinig lesuitval.

“Momenteel werken we alleen nog binnen het LWOO met deze leerpleinen. Vanaf volgend schooljaar gaan we met alle leerlingen op alle niveaus met de pleinen werken. De Inspectie was lovend over het systeem, de leerlingen willen niets anders meer en de aansluiting op het mbo is zeer goed. De leerlingen die nu op de rand van regulier VO, VSO en PrO zitten, krijgen binnen het LWOO de kans om het toch te halen binnen het regulier. We gaan ervan uit dat het enthousiasme van de LWOO leerlingen ook over gaat op de andere leerlingen”, vertelt Wijnand Westerink van het Nuborgh College Oostenlicht. “Op het mbo vinden de docenten onze leerlingen bijzonder. Ze zijn al gewend aan een manier van samenwerken en in een onrustigere omgeving toch rustig te kunnen werken in groepjes. Veel leerlingen in het mbo moeten dit nog leren. Wel is het zo dat veel van onze praktijkgerichte leerlingen vaak BBL als vervolg kiezen, waardoor ze minder op school zitten.”

Niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor docenten zal deze vorm van onderwijs om een omschakeling vragen. “De docenten in het LWOO willen niets anders, maar niet iedere docent is hiervoor geschikt. Docenten moeten echt een hart voor de leerling hebben en vanuit een goed pedagogisch klimaat werken aan overdracht van kennis. Dit vereist andere competenties en vaardigheden dan wanneer een docent alleen het eigen vak geeft. In de onderbouw kunnen we dit goed oplossen door bevoegde Pabo docenten in te zetten, eventueel met een aanvullende tweedegraads docentenopleiding. In de bovenbouw is dit wel lastiger, omdat hier een tweedegraads bevoegdheid een vereiste is. De rol van docent verandert meer naar coach en het onderwijs wordt anders ingericht. Docenten werken veel meer samen op een leerplein. Ze moeten de leerlingen kennen en de leerling moet zich gekend voelen. Dat is belangrijk!”  aldus Wijnand.

“Elke docent voor wie het systeem nieuw is, krijgt na de zomervakantie een coachingstraject. In eerste instantie is dit nog vrijwillig, maar uiteindelijk zal iedere docent dit traject gaan volgen om zo goed mogelijk toegerust te zijn voor de overgang naar het nieuwe systeem. Vooral het leerdoeltraject is lastig, omdat de leerdoelen bepaald gaan worden door de leerling en de docent gezamenlijk. Dit vraagt een creatievere manier van omgaan met bijvoorbeeld toetsing. Uiteraard sluit alles wel aan op de uiteindelijke exameneisen zodat de leerlingen wel met een regulier vmbo diploma van school gaan.”

Betrokkenheid bij de leerlingen is een van de belangrijkste redenen geweest om met leerpleinen te gaan werken. “De schoolomgeving is veiliger, er is meer structuur door de vaste docenten en er is beter overzicht op de leerlingen. Bij een klassensysteem weten docenten niet altijd van elkaar wat er tijdens andere lessen is besproken. Bij het werken met leerpleinen is dit wel het geval, omdat je alles ziet of hoort gebeuren. Je kunt het meteen oplossen en werkt niet lessen lang door. Dit werkt beter voor de doorgang in het onderwijsleerproces van de leerlingen.”

De docentenopleidingen lijken nog niet aan te sluiten bij deze vorm van onderwijs. “Nieuwe docenten stromen echt niet makkelijker of moeilijker het systeem in”, vertelt Wijnand. “De docentenopleidingen richten zich nog steeds voornamelijk op de uitbreiding van de vakkennis en minder op de pedagogiek, terwijl juist het pedagogische aspect zo belangrijk is. Op het hbo wordt al wel meer samengewerkt en wordt feedback gegeven, maar het mag nog meer worden toegepast. Op de universitaire opleiding zien we al wel ontwikkelingen naar coachingslessen. Want samenwerken en pedagogische vaardigheden worden net zo belangrijk als kennis. De maatschappij verandert en het onderwijs moet mee”.

Delen via: