Regeling subsidie begaafde leerlingen po en vo

12 december 2018

Minister Slob gaat de samenwerkingsverbanden Passend onderwijs voor een periode van vier jaar stimuleren om een onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor leerlingen met kenmerken van begaafdheid op te zetten, uit te breiden dan wel te bestendigen. Toekenning van subsidie gebeurt op basis van een inhoudelijke beoordeling van activiteitenplannen. De aanvraag kan worden ingediend van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019.

Het samenwerkingsverband dient, eventueel samen met andere relevante partijen, een activiteitenplan en een begroting in. De subsidie bedraagt ten hoogste 50 procent van de totale begrote kosten. Voor de dekking van de overige kosten wordt geen bijdrage van ouders gevraagd. Dit vergroot de kans dat het aanbod ook na afloop van de subsidie kan blijven bestaan, omdat de subsidieaanvraag ook wordt beoordeeld op financiële duurzaamheid. Op die manier is de kans het grootst dat de gesubsidieerde activiteiten duurzaam onderdeel blijven van de ondersteuning aan leerlingen met kenmerken van begaafdheid. Een door de minister ingestelde commissie adviseert de minister over de beoordeling van de subsidieaanvraag.

Het subsidieplafond van 56 miljoen euro voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022  wordt verdeeld naar rato van het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2017 ingeschreven stond binnen het samenwerkingsverband.
Het subsidiebedrag per leerling bedraagt ten hoogste 5,74 euro en ten hoogste 50 procent van de totale kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag over de aanvragen waarover de commissie positief heeft geadviseerd.

De aanvragen worden beoordeeld op de volgende criteria:

  1. Doelstelling en visie: het is duidelijk op welke doelen en doelgroep het activiteitenplan zich richt, en in hoeverre het activiteitenplan logisch aansluit op de analyse van de behoefte en de doelen die zijn gesteld.
  2. Samenwerking en draagvlak: samenwerking tussen en draagvlak van verschillende partijen bij het uitvoeren van het activiteitenplan.
  3. Expertiseontwikkeling en kennisdeling:
    a. De mate waarin aandacht is voor de continue ontwikkeling van de expertise, en
    b. Kennisdeling, zowel binnen het samenwerkingsverband als regionaal en landelijk.
  4. Evaluatie van de voortgang: met een jaarlijkse zelf-evaluatie (aan de hand van monitor Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek) worden het doelbereik en de expertiseontwikkeling geëvalueerd en worden eventueel verbeteringen in de aanpak doorgevoerd.
  5. Haalbaarheid en duurzaamheid: het plan dient organisatorisch, financieel en inhoudelijk haalbaar te zijn, risicofactoren zijn in beeld en het aanbod kan geborgd worden na afloop van de subsidie.

De aanvraag kan worden ingediend van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019. Aanvragen die na 31 maart 2019 worden ingediend, worden afgewezen.
Op www.dus-i.nl komt een aanvraagformulier beschikbaar om de subsidie aan te vragen.

Klik hier voor de regeling.

Bron: Algemene Vereniging Schoolleiders

Delen via: