Praktijkonderwijs

Praktijkonderwijs (PrO)is één van de vier vormen van voorgezet onderwijs voor leerlingen van 12 tot 18 jaar. Praktijkonderwijs bereidt leerlingen zo goed mogelijk voor op de maatschappij. Alle leerlingen volgen een eigen ontwikkelplan.

Voor toelating tot praktijkonderwijs zijn landelijke criteria vastgesteld. Om te bekijken of een leerling hiervoor in aanmerking komt, krijgt hij een test op het gebied van lezen, spelling, rekenen en begrijpend lezen. Voor leerlingen met leerachterstanden binnen de marges voor PrO (>50%) blijft wettelijk gezien nog wel een recent IQ-rapport nodig. Ook voor deze leerlingen kan de ADIT worden gebruikt. Afhankelijk van de problematiek kan de desbetreffende school voor PrO incidenteel de WISC-III afnemen. Ook in deze gevallen zal dit de uitkomst zijn van onderling overleg tussen scholen en PCL.

Het praktijkonderwijs kent de volgende toelatingscriteria:

  1. Het IQ van de praktijkschoolleerling ligt tussen 55 en 80;
  2. Een leerachterstand tussen 25% en 50% op twee van de volgende leergebieden (niet zijnde de combinatie technisch lezen en spelling) namelijk technisch lezen, begrijpend lezen, spellen en inzichtelijk rekenen. Waarvan één van de domeinen inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen móet zijn.

Bij leerlingen met tegenstrijdige criteria (sommige gegevens wijzen op LWOO, andere op PrO) en voor leerlingen met een IQ van 75 tot 80 kan er een keuze gemaakt worden tussen LWOO of PrO. Deze keuze moet bij de aanmelding expliciet beargumenteerd worden in de motivering. Een school voor PrO kan geen LWOO aanvragen, dit is gekoppeld aan een school voor VMBO.

Klik hier voor de handleiding voor de toekenning LWOO en PrO instroom schooljaar 2018-2019.

Delen via: